Markt

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɑrᵊkt/

Wat is de betekenis van Markt?

Markt betekent: (handel) plein of straat waar handelaren hun waar (3) aan de klanten verkopen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) plein of straat waar handelaren hun waar (3) aan de klanten verkopen
  2. economie, handel (economie), (handel) het geheel van omstandigheden waaronder gevraagde en aangeboden hoeveelheden van een bepaald product of een bepaalde dienst verhandeld worden tegen een bepaalde prijs

Voorbeelden van "Markt" in een zin

  • Het was druk op de markt.
  • 'Kijk nou eens, een teentje,' zegt ze, terwijl ze zich bukt en Thea's voet pakt alsof ze een visvrouw is die op de markt kritisch garnalen bekijkt.
  • Maar als ze de gang in loopt, kolkt er één gedachte door haar hoofd: als zij en Walter deze pop niet hebben gemaakt, wie in deze stad vol geheimen heeft het dan wel gedaan? IX Zze zullen deze avondmaaltijd beginnen met hartige pannenkoekjes, gegarneerd met venkel en dille uit de kas, gekocht op de markt, ook al is het buiten het seizoen.
  • Dat ligt goed in de markt.
  • En herkomst is van belang, meneer Scott, als u ervoor kiest om het schilderij tentoon te stellen of op de markt te brengen.

Betekenis en uitleg van Markt

Een markt is een plek waar mensen goederen en diensten kopen en verkopen. Het kan zowel een fysieke locatie zijn, zoals een wekelijkse markt in een stad, als een abstracte ruimte, zoals de aandelenmarkt.

Het woord 'markt' wordt vaak gebruikt in economische contexten, maar ook in dagelijkse gesprekken. Je kunt het gebruiken wanneer je het hebt over handel, vraag en aanbod of zelfs sociale interacties. De term heeft verschillende nuances afhankelijk van de context, zoals een 'vrije markt' versus een 'gecontroleerde markt'.

Voorbeelden

  • Op de lokale markt koop ik elke zaterdag verse groenten en fruit van de boerderij.
  • De aandelenmarkt reageert vaak snel op nieuws over bedrijven en de economie.
  • In de digitale wereld is er een groeiende vraag naar online marktplaatsen voor tweedehands goederen.

Woordoorsprong

Het woord 'markt' komt van het Oudhoogduitse 'marc', wat 'grens' of 'gebied' betekent, en verwijst naar een plek waar handel plaatsvond.

Veelgestelde vragen over Markt

Wat is de betekenis van Markt?

Markt betekent: (handel) plein of straat waar handelaren hun waar (3) aan de klanten verkopen

Hoeveel betekenissen heeft Markt?

Markt heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft Markt?

Markt is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je Markt in een zin?

Voorbeeld: “Het was druk op de markt.

Etymologie

*van Latijn "mercatus" "markt", wat weer is afgeleid van "mercari" "handel drijven"; in de betekenis van ‘plaats voor openbare handel’ aangetroffen vanaf 1240

Uitdrukkingen

  • Bij het scheiden van de markt, leert men de kooplui kennen.Als de zaken eenmaal gedaan zijn, leer je iemand pas kennen
  • Boven de markt hangenGezegd van iets wat waarschijnlijk gaat gebeuren, terwijl nog onduidelijk is wanneer (zowel in economische – dus meer letterlijke – context als in figuurlijke zin); onduidelijk/onzeker blijven
  • Het niet onder de markt hebbenHet moeilijk hebben
  • Van alle markten thuis zijnVeel kunnen en handig zijn, of van veel verschillende dingen iets weten
  • Van een koude (kale of slechte) markt (of: reis, kermis) thuiskomenNiet datgene krijgen waar je op hoopte, teleurgesteld worden
  • Zich uit de markt prijzenDoor eigen toedoen laten anderen diegene links liggen

Vertalingen

Engelsmarket, market, exchange
Fransmarché
DuitsMarkt, Markt
Spaansmercado
Japans市場, 市場
Koreaans시장