Markus
mɑrˈkʏs
Wat is de betekenis van Markus?
Markus betekent: naam van een metgezel van Petrus en Paulus en schrijver van een van de Evangeliën
Betekenis
eigennaam
- naam van een metgezel van Petrus en Paulus en schrijver van een van de Evangeliën
- boek in de Bijbel, een van de vier Evangeliën, vermoedelijk het eerste dat is ontstaan
- jongensnaam
Etymologie
van Oudgrieks Μᾶρκος en (Markos), een vorm van Latijn Marcus en , naam van verschillende personen in de Bijbel, waaronder de metgezel van Paulus en Paulus en schrijver van het oudste Evangelie **[2] (verkorting) van "Het Evangelie van Markus" of "Het Evangelie volgens Markus"
Vertalingen
DuitsMarkus
EngelsMark
FransMarc
SpaansMarcos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek