Meer
onzijdig (het)/mer/
Wat is de betekenis van Meer?
Meer betekent: (aardrijkskunde) groot water dat helemaal omringd is door land
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) groot water dat helemaal omringd is door land
- (verouderd) (aardrijkskunde) zee
werkwoord
- (van hoeveelheid) in sterkere mate
- (van tijd)
- vaker
- na een ontkenning nog langer
Voorbeelden van "Meer" in een zin
- Ze besloten zich vanaf een plateau in een meertje te storten.
- Op de kaart stond namelijk dat er over 15 kilometer een meertje (Lake Morena) zou zijn, maar ik liep erg langzaam en het werd al laat.
- Deze bloem is meer rood dan oranje
- Als je wil slagen, moet je je meer inspannen.
- Ik heb wel meer met de trein gereisd.
Etymologie
*, : (erfwoord) via Middelnederlands """ / "meere" van Oudnederlands "mero"
Uitdrukkingen
- meer pijlen op zijn boog hebben
- en dies meer
- als er een schaap over de dam is, volgen er meer.
- één gek kan meer vragen/vragen stellen dan tien wijzen kunnen beantwoorden
- een vliegende vogel heeft altijd meer dan een zittende
- er verdrinken er meer in het glas dan in de zee
- er zijn meer hondjes die fikkie heten
- hoe meer zielen, hoe meer vreugd
Vertalingen
Engelslake, loch, more
Franslac
DuitsSee, mehr, und so weiter
Spaanslago
Italiaanslago
Portugeeslagoa
Russischозеро, более
Poolsjezioro
Zweedssjö, insjö
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek