plas
mannelijk (de)/plɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verzameling van vochtDe wond veroorzaakte een plas van bloed.
- (aardrijkskunde) een door veenafgraving ontstaan klein meer‘Van Gooooo,’ klonk een tijdje later het trage zuidelijke Tennessee accent van Pogue, ‘Is er daar water?’ Ik knikte en wees naar beneden in de richting van de groene plas.
- een enkele afscheiding van urineDe dokter vroeg of ik mijn plas kon meenemen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kuil met water, poel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
Engelspuddle, pool, piss
Franspipi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek