Mensenzoon

mannelijk (de)/ˈmɛnsə(n)ˌzon/

Wat is de betekenis van Mensenzoon?

Mensenzoon betekent: (religie) man die als sterfelijk persoon afstamt van Adam en Eva en dus belast is met de erfzonde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) man die als sterfelijk persoon afstamt van Adam en Eva en dus belast is met de erfzonde

Voorbeelden van "Mensenzoon" in een zin

  • ‘Christus, de mens bij uitstek, die niet de kastijding predikt, maar de mens eraan herinnert dat hij eigenlijk al uit het “land van Egypte” bevrijd is en dat er reden is om feest te vieren op Witte Donderdag, op Pasen, op Hemelvaartsdag en op Pinksteren - vier symbolische gestalten in de religie van het geheiligde lichaam dat de mens, elke mens, als mensenzoon niet bezit, maar is’ (…).

Etymologie

*, leenvertaling van (ben adam) "mens, mensenkind, letterlijk: zoon van Adam, zoon van de mens"; gebruikt in de , bijvoorbeeld in Numeri [https://www.statenvertaling.net/bijbel/nume/23.html#19 23:19] en Ezechiël [https://www.statenvertaling.net/bijbel/ezec/2.html 2]