Mol
mannelijk (de)/mɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (insecteneters) bepaald soort zoogdier, zwart, zoogdier met spitse snuit en voorzien van graafpoten, dat leeft in gegraven gangen in de grond
- (figuurlijk) deelnemer van een organisatie die daarbinnen voor anderen spioneert
zelfstandig naamwoord
- (muziek) teken in het muziekschrift dat een verlaging met een halve toon aanduidt
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (eenheid) "mol", hoeveelheid van een stof die net zo veel deeltjes bevat als er atomen zijn in 12 gram koolstof-12Het gewicht van 5 mol water is 80 gram.
Etymologie
*[C]: van "Mol" als van "Molekül" "molecuul" rond 1900 voor het eerst gebruikt door de 19e-eeuwse Duitse scheikundige
Vertalingen
Engelsmole, flat, mole
Franstaupe, bémol, mole
DuitsMaulwurf, Mol
Spaanstopo, mol
Italiaanstalpa, mole
Portugeestoupeira
Poolsmol
Zweedsmullvad
Deensmuldvarp
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek