Mol

mannelijk (de)/mɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. insecteneters (insecteneters) bepaald soort zoogdier, zwart, zoogdier met spitse snuit en voorzien van graafpoten, dat leeft in gegraven gangen in de grond
  2. figuurlijk (figuurlijk) deelnemer van een organisatie die daarbinnen voor anderen spioneert
zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) teken in het muziekschrift dat een verlaging met een halve toon aanduidt
zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, eenheid (scheikunde), (eenheid) "mol", hoeveelheid van een stof die net zo veel deeltjes bevat als er atomen zijn in 12 gram koolstof-12
    Het gewicht van 5 mol water is 80 gram.

Etymologie

*[C]: van "Mol" als van "Molekül" "molecuul" rond 1900 voor het eerst gebruikt door de 19e-eeuwse Duitse scheikundige

Vertalingen

Engelsmole, flat, mole
Franstaupe, bémol, mole
DuitsMaulwurf, Mol
Spaanstopo, mol
Italiaanstalpa, mole
Portugeestoupeira
Poolsmol
Zweedsmullvad
Deensmuldvarp