Nobelprijs
mannelijk (de)/noˈbɛlprɛis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een jaarlijkse geldprijs voor wetenschappers en anderen die een opmerkelijke prestatie hebben geleverdMoniz kreeg in 1949 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde voor de ontdekking van het therapeutische effect van lobotomie.Getooid met een valse baard vluchtte Fritz Haber, uitvinder van het mosterdgas (en Zyklon-B), na de oorlog naar Zwitserland, bang dat hij zou worden berecht als oorlogsmisdadiger. In plaats daarvan kreeg hij in 1919 de Nobelprijs voor de scheikunde, tot grote woede van de academische wereld.De Nobelprijzen worden komende week toegekend. Mogelijke winnaars zouden dit jaar veelal jong, vrouw en niet-Europees zijn.
Etymologie
*(eponiem): ; in de betekenis van ‘Zweedse prijs’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Vertalingen
EngelsNobel prize
FransPrix Nobel
DuitsNobelpreis
SpaansPremios Nobel
ItaliaansPremio Nobel
PortugeesPrémio Nobel
RussischНобелевские премии
TurksNobelpriset
PoolsNagioda Nobla
ZweedsNobelpris
DeensNobelprisen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek