Nollen
/ˈnɔlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (ver)neukenVrijsters met uw mooie kleren,loopt vrij weg en binnen gaat,komt er iemand in uw straatmet een nat zeil aan laveren:zulke schipper, zo een manhoudt het op de vrijster an.Die wil dan terstond aan 't nollenen straks naar uw konen vat,zonder dat hij uw rabatof uw lobbe vreest te sollen.
- (intr) (informeel) dutten, slapenDenk je even lekker een uurtje ontspannen te kunnen nollen op de bank... nou niet met @biancaportis in de buurtOngeveer twee uur later (…) kwamen we aan in Cusco, waar we snel naar ons hostel gingen om de backpacks op te halen en lekker te nollen.Onze planning was om oud&nieuw {{sic!|oud en nieuw
Etymologie
* "nol" of "nolle" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek