woorden
boek
Start
›
N
›
Noor
Noor
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
wintersport
(wintersport) schaats met aangeniete schoen en lange, ongebogen ijzers, heel geschikt bij het hardrijden
bouwkunde
(bouwkunde) keper van het gebint, driehoekig dakvlak
Verwante woorden
Noorbeek
Noord
noord-afrika
noord-afrikaan
noord-afrikaans
noord-afrikaanse
noord-afrikanen
noord-amerika
noord-amerikaans
noord-amerikaans bekken
noord-amerikaanse
noord-atlantisch
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← noopten
Noorbeek →