Noorderkroon
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌnordərˈkron/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) sterrenbeeld bestaande uit zeven sterren die in een halve cirkel staan, noordelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 15u14m en 16u22m en tussen declinatie +26° en +40°)Volgens de Griekse mythologie was de Noorderkroon de met edelstenen bezette kroon van de nereïde Thetis.
Etymologie
*, leenvertaling van Latijn "Corona Borealis", geschreven met een hoofdletter volgens
Vertalingen
EngelsCorona Borealis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek