Overmaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde, motortechniek (werktuigbouwkunde) (motortechniek) grotere maat dan normaal
  2. scheikunde (scheikunde) meer dan genoeg, in overvloed, in meer dan stoichiometrische verhouding aanwezige stof
  3. meer dan genoeg; meer dan men nodig heeft
    Munitie voor de Mauser was in overmaat aanwezig, die werd geleverd door de Reichswehr.
    De plafondverlichting was verschrikkelijk, tot overmaat van ramp versterkt met een blauwglanzende tl-buis boven de deur.

Uitdrukkingen

  • tot overmaat van rampiets vervelends dat volgt op iets dat al vervelend was

Vertalingen

Franssurcote
Spaansplétora, sobremedida