Overmaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) (motortechniek) grotere maat dan normaal
- (scheikunde) meer dan genoeg, in overvloed, in meer dan stoichiometrische verhouding aanwezige stof
- meer dan genoeg; meer dan men nodig heeftMunitie voor de Mauser was in overmaat aanwezig, die werd geleverd door de Reichswehr.De plafondverlichting was verschrikkelijk, tot overmaat van ramp versterkt met een blauwglanzende tl-buis boven de deur.
Uitdrukkingen
- tot overmaat van ramp — iets vervelends dat volgt op iets dat al vervelend was
Vertalingen
Franssurcote
Spaansplétora, sobremedida
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek