Paal

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van Paal?

Paal betekent: (materiaalkunde) een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
  2. informeel, seksualiteit (informeel), (seksualiteit) een penis in erectie
  3. sport (sport) een doelpaal
  4. heraldiek (heraldiek) een loodrechte band midden over een wapenschild

Voorbeelden van "Paal" in een zin

  • Dat gebouw is volledig op palen gebouwd.
  • Deze Terminus bestond uit een paar dikke palen die ik uitgeput omhelsde.
  • Uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen tevreden zijn met de grootte van hun paal.
  • Hij schoot de bal tegen de paal aan, tot teleurstelling van het publiek.
  • Dat wapenschild is opgebouwd uit verschillende kleuren en een paal.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stuk hout’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Uitdrukkingen

  • Paal en perk stellen (aan iets)Ergens een eind aan maken
  • Dat staat als een paal boven waterDat lijdt geen twijfel, dat is zeker
  • Voor paal staanVoor gek staan, zichzelf belachelijk maken
  • Als puntje bij paaltje komtAls het erop aankomt

Vertalingen

Engelspost, pole, hard
Franspoteau, tringle, poteau
DuitsPfahl, Latte, Stange
Spaansposte, palo, palo
Italiaanspalo