Paal
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van Paal?
Paal betekent: (materiaalkunde) een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
- (informeel), (seksualiteit) een penis in erectie
- (sport) een doelpaal
- (heraldiek) een loodrechte band midden over een wapenschild
Voorbeelden van "Paal" in een zin
- Dat gebouw is volledig op palen gebouwd.
- Deze Terminus bestond uit een paar dikke palen die ik uitgeput omhelsde.
- Uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen tevreden zijn met de grootte van hun paal.
- Hij schoot de bal tegen de paal aan, tot teleurstelling van het publiek.
- Dat wapenschild is opgebouwd uit verschillende kleuren en een paal.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stuk hout’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Uitdrukkingen
- Paal en perk stellen (aan iets) — Ergens een eind aan maken
- Dat staat als een paal boven water — Dat lijdt geen twijfel, dat is zeker
- Voor paal staan — Voor gek staan, zichzelf belachelijk maken
- Als puntje bij paaltje komt — Als het erop aankomt
Vertalingen
Engelspost, pole, hard
Franspoteau, tringle, poteau
DuitsPfahl, Latte, Stange
Spaansposte, palo, palo
Italiaanspalo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek