paniekstemming

vrouwelijk (de)/paˈnikstɛmɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verschrikte gemoedsgesteldheid met hevige angst voor een dreiging
    De Franse dreiging nam, na Napoleons overwinning op Oostenrijk en de inlijving van Nice en Savoye, zulke scherpe vormen aan tijdens het jaar 1860 dat er zich een ware paniekstemming verspreidde over België.