Pampus

mannelijk (de)/ˈpɑmpʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk (figuurlijk) in een toestand van uitputting (in het gezegde “voor pampus liggen“)De betekenis is verschoven van ”vastzitten", "moeten wachten” naar het huidige “uitgeput”, “doodop”.
    In de berm lag een marathonloper languit voor pampus .
  2. scheepvaart, sport (scheepvaart), (sport) open zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
    Hij zeilt nog altijd met zijn pampus .

Etymologie

**[1] door de geringe waterdiepte bij het eiland Pampus, in het zicht van de haven van Amsterdam, moesten de schepen vaak wachten op hoogwater om het eiland te kunnen passeren

Uitdrukkingen

  • voor pampus liggen