Parkzijde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɑrᵊksɛidə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kant van een bouwwerk tegenover een aangelegd groengebied
    De gevel aan parkzijde met uitzicht over een glooiend grasveld en de vijver is driezijdig uitgebouwd en heeft een veranda van één bouwlaag hoog.