Pars
onzijdig (het)/pɑrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- door een bepaald persoon verzorgde deel van een tekstMerkwaardig genoeg wijkt de handgeschreven kopij voor deze bundel hier en daar van de gedrukte tekst af. Wat hier precies aan de hand is geweest en of Bilderdijk wel volledig verantwoordelijk is geweest voor zijn pars, is niet duidelijk.
zelfstandig naamwoord
- (religie) aanhanger van het zoroastrisme zoals dat door vluchtelingen uit Iran naar Guajarat in India is gebrachtDe geleerde moet met de eenvoudige en ongeletterde omgaan, de rijke met de arme, de blanke met de kleurling, de mysticus met de realist, de christen met de jood, de moslim met de pars en wel op een basis, die hen de lang gevestigde vooroordelen, welke feitelijk aanmatigingen zijn, doet prijsgeven.
werkwoord
- (verouderd) "pers" (uitspraakvariant)Dan pars ick ziel en lijfhet Nederlant tot leet
Etymologie
*: verouderde uitspraak van "pers"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek