Piet
mannelijk (de)/pit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- knecht van Sinterklaas, traditioneel zwart geschminkt met rode lippen en gouden oorringenZwarte piet is plotseling een groot probleem geworden in de lage landen.
- vogel, kanariepiet
- luisJe hebt toch hopelijk geen pieten opgelopen hè?
Etymologie
* Leenwoord uit het Romani, in de betekenis van ‘luis’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek