Poolen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (intr) carpoolen
- (intr) poolbiljart spelenMet mijn zoon ging ik vaak wildkamperen in een weiland en koken op een houtvuurtje. Een middagje poolen in de stad of voetballen was vaste prik.
- (ov) een pool maken van, in één pot doen
Etymologie
* van het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek