Provoost

mannelijk (de)/proˈvost/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) functionaris, belast met de handhaving van orde en tucht
  2. gevangenis voor soldaten
  3. militaire straf

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opzichter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Spaanspreboste