Python

mannelijk (de)/ˈpitɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (reptielen) geslacht van wurgslangen uit de familie pythons () waarvan de soorten niet giftig zijn en die soms erg lang kunnen worden
    Ik ben echt als de dood voor pythons!

Etymologie

* in de betekenis van ‘slang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1622

Vertalingen

Engelspython
Franspython
DuitsPython, Pythonschlange
Spaanspitón, serpiente pitón
Italiaanspitone
Turkspiton
Zweedspyton