Randstad
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɑntstɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stad die aan de rand ligtOok kan ik me voorstellen dat het hier om een gehelleniseerde Jood kan gaan, iemand die de klasse van discipline verliet, het heilig geloof verloren had, niet op de vlucht ging voor Antiochos, de woestijn in met de getrouwen - iemand die een stads- of straatvogel werd: een mus. Misschien gaat het, die mus in aanmerking genomen, om een inwoner van een randstad - er waren er genoeg: Alexandrië, Antiochië, Athene, het hele alfabet uit...
- rand van stedenMen zie het betrokken gebied als randstad, waarvan het centrum is te bereiken in hoogstens 40 minuten.
Etymologie
* , als soortnaam geschreven met een kleine letter volgens
Vertalingen
Engelsurban agglomeration
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek