rand

mannelijk (de)/rɑnt/

Wat is de betekenis van rand?

rand betekent: de buitenkant van een gebied of een ding

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de buitenkant van een gebied of een ding
  2. het extern gedeelte van de stad, beschouwd als zijnde onder invloed van het centrum
  3. de bovenkant van een bak of vat
  4. figuurlijk (figuurlijk) randgebieden of grensgebieden betreffend
  5. materiaalkunde (materiaalkunde) afvalmateriaal, overgebleven aan de zijkant van de strook, om een of meer uitgesneden producten heen
  6. gebruikt als randversiering of omlijsting bij behangselpapier
zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) een munteenheid in Zuid-Afrika formeel de Zuid-Afrikaanse rand

Voorbeelden van "rand" in een zin

  • Een stuk blik met scherpe randen.
  • Alleen door het zwakke schijnsel van de afgeschermde lantaarns en de witte randen van de trottoirs kon je zien waar je liep.[http://www.dbnl.org/tekst/vrie040chaw01_01/vrie040chaw01_01_0003.php Leonard de Vries, Chaweriem (1955)]
  • Tot de rand gevuld met soep.
  • Hij staarde in een oude broodtrommel van email die tot de rand gevuld was met sleutels: lopers, steeksleutels, fietssleuteltjes en talloze andere.[http://www.dbnl.org/tekst/ombr001maal01_01/ombr001maal01_01_0017.php Ellen Ombre, Maalstroom (1992)]
  • Daarna liet ik de toeristen al snel achter me en volgde ik de trail die helemaal langs de rand van de vulkaankrater liep.

Betekenis en uitleg van rand

Het woord 'rand' verwijst naar de grens of de buitenste omtrek van iets. Het kan een fysieke of abstracte scheiding aanduiden, zoals de rand van een tafel of de rand van een idee.

Je gebruikt 'rand' vaak om aan te geven waar iets eindigt of om een bepaald gebied af te bakenen. In de dagelijkse taal kan het ook figuratief worden gebruikt, bijvoorbeeld in de zin van 'de rand van de maatschappij', waarmee je de grenzen van sociale acceptatie kunt aanduiden. Dit woord heeft dus zowel een letterlijke als een figuurlijke betekenis, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • De kinderen zaten aan de rand van het meer en keken naar de vissen.
  • Ze voelde zich aan de rand van de maatschappij staan, ver van de normen van haar omgeving.
  • De rand van het boek was versleten door jaren van gebruik.

Woordoorsprong

Het woord 'rand' stamt af van het Oudnederlands 'rande', wat ook een grens of omtrek betekende. Het heeft verwantschap met woorden in andere Germaanse talen die vergelijkbare betekenissen hebben.

Veelgestelde vragen over rand

Wat is de betekenis van rand?

rand betekent: de buitenkant van een gebied of een ding

Hoeveel betekenissen heeft rand?

rand heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft rand?

rand is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van rand?

Synoniemen van rand zijn: kant, buitenkant, zijkant, bovenkant.

Hoe gebruik je rand in een zin?

Voorbeeld: “Een stuk blik met scherpe randen.

Etymologie

*[B] Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘munteenheid van de Republiek van Zuid-Afrika’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961

Uitdrukkingen

  • van de hoed en de rand wetener alles vanaf weten
  • aan de rand van het graf staande dood nabij zijn
  • op de rand van de afgrondbijna ten onder gaan
  • Dat is op het randje.Het ligt op de grens van wat nog kan.
  • over het randje gaanhet is voorbij de grens wat nog kan
  • op den rand des verderfsden ondergang nabij

Vertalingen

Engelsborder
Fransbord
DuitsRand, Kante, Stadtrand
Portugeesaba
Poolsgranica