zijkant

mannelijk (de)/zɛɪkɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene dat de zijde vormt
    Aan de zijkant zit een handvat.
    Eigenlijk lijkt hij nog het meest op een half biervat met verhoogde zijkanten en pootjes.
    Het is de eerste keer dat ze aan haar denkt, en ze pakt de zijkant van de sofa beet.

Vertalingen

Engelsside
Franscôté
DuitsSeite
Spaanslado
Italiaanslato
Portugeeslado
Russischсторона
Chinees邊, 边
Japans側面
Koreaans
Arabischجانب
Zweedssida