Kant
mannelijk (de)/kɑnt/
Wat is de betekenis van Kant?
Kant betekent: (m)/(n), (textiel) een vorm van vlechtwerk gemaakt van dunne linnen of katoenen draden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m)/(n), (textiel) een vorm van vlechtwerk gemaakt van dunne linnen of katoenen draden
- (m) richting
- (m) zijde
- (n) (kleur) de kleur van de onder [1] genoemde stof hebbend
Voorbeelden van "Kant" in een zin
- Het kant op de rok was netjes afgewerkt.
- De juiste kant werd aangegeven op het bord.
- Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.
- Een vel papier heeft twee kanten.
- Het is de vraag van welke kant je dat bekijkt.
Etymologie
#kloek, stevig (vooral gezegd over mannen)
Uitdrukkingen
- langs de andere kant
- Aan de andere kant... — Manier om aan te geven dat men ook tegenovergesteld over iets kan denken, dat er een zaak meerdere aspecten zitten
- Aan de kant zetten — Iemand of iets niet meer raadplegen of gebruiken
- Dat raakt kant noch wal. — Dat is onzin, dat is volstrekt onhoudbaar
- De liefde kan niet van één kant komen. — Als je samen iets doet, zal ieder afzonderlijk moeten bijdragen
- Een dubbeltje op zijn kant — Een gevaarlijke situatie die nog net goed is opgelopen
- Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener. — Men denkt vaak dat anderen geen problemen hebben, als men die zelf wel heeft
- Iemand van kant maken — Iemand doden
Vertalingen
Engelslace, side
Fransdentelle, côté
DuitsSpitze, Seite, andererseits
Spaansencaje, lado
Deensblonde, side, side
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek