Schalmei

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɑlˈmɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) blaasinstrument met een rechte conische boring en een los dubbel riet dat de toon vormt
  2. muziek (muziek) bepaald tongwerk in een orgel

Etymologie

*via Middelnederlands "schalmeye", "schalmie", "chalemie" van Latijn "calamus" "onder meer rietfluit" dat teruggaat op "κάλαμος" (kálamos); in de betekenis van ‘blaasinstrument’ aangetroffen vanaf 1351

Vertalingen

Engelsshawm
Franschalemie
DuitsSchalmei
Spaanschirimía
Italiaanscennamella
Japansチャルメラ
Poolsszałamaja
Zweedsskalmeja