Schram

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oppervlakkige beschadiging van de huid door een ongeval
    Een gezonde jongen heeft altijd schrammen op zijn knieën.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kras’ voor het eerst aangetroffen in 1342

Vertalingen

DuitsSchramme, Kratzer