Semiet
mannelijk (de)/seˈmit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die behoort tot de bevolkingsgroepen die een Semitische taal als Arabisch of Hebreeuws spreken
- (pregnant) Jood
Etymologie
*van "Semit", op te vatten als afgeleid van "Sem" , "afstammeling van Sem", vernederlandste vorm van (Sjeem) wordt in de "Bijbel" als voorvader van Joden en Arabieren gezien. (zie [https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/10.html Genesis 10:21-31 in de Statenvertaling])
Vertalingen
Engelssemite
FransSémite
DuitsSemit
Spaanssemita
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek