Siepel
Wat is de betekenis van Siepel?
Siepel betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen
- gebiedende wijs van siepelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen
Voorbeelden van "Siepel" in een zin
- Ik siepel.
- Siepel!
- Siepel je?
Etymologie
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ui’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1228
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek