Slijpsteen
mannelijk (de)/ˈslɛipsten/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- blok van hard mineraal met een vlak oppervlak waarop men messen of scharen aanscherpt
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "slipasten", op te vatten als , in de betekenis ‘steen waarop men gereedschappen slijpt’ aangetroffen vanaf 1163
Vertalingen
Engelswhetstone, grindstone
Franspierre à aiguiser
DuitsWetzstein, Schleifstein
Spaanspiedra de afilar
Zweedsslipsten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek