Snik
/snɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geluid dat men voortbrengt bij verdriet of pijnHij verried zijn verdriet met een enkele snik.Hij bleef dat tot zijn laatste snik verdedigen.
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) (geschiedenis) een historisch type zeilboot
Etymologie
#(verouderd) bijdehand, snugger; tegenwoordig alleen nog in de vaste uitdrukking niet goed ~ zijn ("niet goed bij zijn hoofd zijn")
Vertalingen
Engelshiccup
Spaanshipo, singulto, sollozo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek