Spelt

mannelijk/vrouwelijk (de)/spɛlt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaalde grove tarwesoort
    Van spelt evenwel hoort ge zelden of nooit spreken; de naam is wel bekend bij de natuurvrienden door flora's en lectuur; maar gezien, behalve dan op een plaatje, is de spelt maar door weinigen; en dan nog meest in het buitenland.
  2. landbouw (landbouw) bepaald gewas dat door boeren wordt verbouwd
    Op hun zeven akkers verbouwen ze tarwe, gerst en spelt.
  3. graan (graan) zaden van gebruikt voor het maken van gerechten, brood en gebak
    Spoel de spelt goed af. Doe hem in een pan, schenk er water bij tot hij onderstaat en breng het water aan de kook. Laat de spelt ongeveer twintig minuten sudderen, tot hij beetgaar is.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "spelte" van Oudnederlands "spelta", in de betekenis van ‘soort tarwe’ aangetroffen vanaf de 9e eeuw

Vertalingen

Engelsspelt
Fransépeautre
Spaansespelta, escaña mayor
Italiaansspelta, granfarro, farro
Portugeesespelta
Russischпо́лба, спельта
Chinees斯佩耳特小麦
Japansスペルトコムギ
Koreaans스펠트밀
Arabischحنطة
Turkskavuzlu buğday
Poolsorkisz, pszenica orkisz
Zweedsspelt, speltvete
Deensspelt