Steg

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) (Drente) smalle weg, voetpad
  2. (West-Friesland) smal bruggetje, slootplank, vlonder

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands stech ‘vonder’, ontwikkeld uit Westgermaans *stiga-, afleiding van het ww. *stīgan-; waarvoor zie stijgen. Evenzo Nederduits Steg ‘slootplank; kam (snaarinstrument)’ en Duits Steg ‘plank, vonder’.

Uitdrukkingen

  • heg noch steg wetenergens de omgeving totaal niet kennen