Strand

onzijdig (het)/strɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) strook met zand bedekt land langs de kust
    'Sorry Joy, maar ik heb echt geen zin om vijf mojito's per dag weg te tikken op een all-inclusive resort aan een wit strand in Curaçao,' reageert ze.
    En dan te bedenken dat je in Amerika niet eens topless op het strand mag liggen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kustgebied met zand’ voor het eerst aangetroffen in 1368

Uitdrukkingen

  • Een schip op het strand is een baken in zeevan de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren

Vertalingen

Engelsbeach
Fransplage
DuitsStrand
Spaansplaya
Italiaansspiaggia
Portugeespraia
Russischпляж
Chinees海滩
Japans
Koreaans바닷가
Arabischشّاطئ
Turkskumsal
Poolsobszar nadmorski, plaża
Zweedsstrand
Deensstrand