Tamboerijn

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) eenvoudig slaginstrument bestaande uit een hoepel die met een vel bespannen is en waaraan enkele belletjes bevestigd zijn
    De dans werd ritmisch begeleid met een tamboerijn en melodisch met een schalmei.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slaginstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1550

Vertalingen

Engelstambourine