Timp
mannelijk (de)/tɪmp/
Wat is de betekenis van Timp?
Timp betekent: (voeding) broodje in de vorm van een langwerpige ruit of ovaal
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) broodje in de vorm van een langwerpige ruit of ovaal
- (verouderd) uiteinde dat in een punt uitloopt
Voorbeelden van "Timp" in een zin
- Onze timpen zijn verwante broodjes, die eveneens een scheenbeenbrood voorstellen; in vroeger tijd vertoonden de uiteinden ook twee knobbels. (…) thans is de timp, met krenten gebakken, een feestgebak met Kerstmis o.a. te Rotterdam.
- {{ouds|1864/83
Etymologie
*van Middelnederlands "timpe"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek