Trekschuit

mannelijk/vrouwelijk (de)/'trɛk.sxʌʏt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) vaartuig zonder krachtbron dat door trekpaarden op een jaagpad naast een kanaal werd voortbewogen

Etymologie

* In de betekenis van ‘door mensen of paarden voortgetrokken vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in 1656

Vertalingen

Engelstrack-boat
Franscoche d'eau
DuitsKahn