Tuin
Wat is de betekenis van Tuin?
Tuin betekent: (tuinbouw), (tuinieren) een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden
Betekenis
- (tuinbouw), (tuinieren) een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden
- (Zuid-Nederlands, westelijk Noord-Brabants) heg, tenen omheining rond een hof
- stuk onbebouwd terrein rond een huis
- (waterbeheer) eigenlijk 'vlechttuin', opstaande rij palen op een zinkstuk met daardoorheen gevlochten rijshout, ter voorkoming van het afrollen van ballaststeen
Voorbeelden van "Tuin" in een zin
- Zijn al die bloemen voor je tuin bedoeld?
- Een tuin is gemaekt van staken van wilgen hout in den grond gestoken, en met dunner takken van het zelve hout dicht doorvlochten.Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, ten dienste van in- en uitheemschen, uit verscheidene schryveren en aentekeningen, opgemaekt en uitgegeeven, uitg. Pieter Meyer, 1751, blz. 74
- Het is echt wonderbaarlijk hoe goed ze mensen om de tuin kan leiden, hun het idee kan geven dat ze gaaf is, terwijl ze vanbinnen in een achtbaan zit en compleet aan diggelen ligt.
- Die nacht had ik in de tuin van Trail Angels Scout & Frodo gelogeerd, in een buitenwijk van San Diego.
Betekenis en uitleg van Tuin
Een tuin is een aangelegd stuk grond waar planten, bloemen, en soms ook groenten en fruit groeien. Het is een plek waar mensen kunnen genieten van de natuur, ontspannen en vaak ook werken aan hun groene vingers.
Het woord 'tuin' gebruik je vaak in de context van woning, recreatie of natuur. Tuinen komen in verschillende vormen voor, zoals siertuinen, groentetuinen en volkstuinen, en zijn populaire plekken voor hobbyisten en natuurliefhebbers. De nuance van het woord kan ook verwijzen naar een persoonlijke ruimte, waar je je eigen stijl en voorkeuren kunt uitdrukken.
Voorbeelden
- In de zomer zitten we vaak met vrienden in de tuin te barbecuen.
- Mijn grootouders hebben altijd een prachtige bloementuin gehad vol met kleurrijke rozen.
- Tijdens de lockdown hebben veel mensen hun tuin opgeknapt en nieuwe planten aangeplant.
Woordoorsprong
Het woord 'tuin' stamt af van het Oudhoogduitse 'tuni', wat ook een omheind stuk grond of hof betekent.
Veelgestelde vragen over Tuin
Wat is de betekenis van Tuin?
Tuin betekent: (tuinbouw), (tuinieren) een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden
Hoeveel betekenissen heeft Tuin?
Tuin heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft Tuin?
Tuin is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je Tuin in een zin?
Voorbeeld: “Zijn al die bloemen voor je tuin bedoeld?”
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "tuun" ‘vlechtwerk van teen; omheining, omheinde ruimte’ van Oudnederlands "tun" ‘omheining’, in de betekenis van ‘omheining’ voor het eerst aangetroffen in 901; verder te herleiden tot Oergermaans *tūnan ‘omheining, omheinde ruimte’, ontleend aan "dūnon" ‘versterking, versterkte stad’ (vergelijk "dún" ‘burcht, omwalde stad’ en verouderd "din" ‘vesting’), verder cognaat met "Tuun" ‘hek; tuin’, "Zaun" ‘hek’, "town" ‘kleine stad/gemeente’ en "tun" ‘hoeve; erf’
Uitdrukkingen
- De kap op de tuin hangen
- Iemand om de tuin leiden — iemand beetnemen of bedriegen