Hof

/hɔf/

Wat is de betekenis van Hof?

Hof betekent: (n): (adel) de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. adel (n): (adel) de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie
  2. juridisch (n): (juridisch) een instelling waar recht gesproken wordt
  3. tuinieren (m): (tuinieren) een stuk bebouwd land of tuin, gaard
  4. (m): houten omheining
  5. (n) boerderij, boerenwoning, hoeve
  6. (n) buitenverblijf, landgoed
  7. (n) binnenplaats, werf
  8. astronomie (m) (astronomie) halo

Voorbeelden van "Hof" in een zin

  • De koning en de andere mensen aan het hof.
  • Dit alles omdat Latijn de taal was die toegang gaf tot de universiteit, de rechtspraak, een kerkelijke carrière, of een baan aan het hof of in de diplomatieke dienst.
  • Hendrik, die resideerde in Bergen op Zoom, moest immers ook regelmatig met zijn hele hofhouding naar het hof in Brussel, of naar Mechelen, waar de Grote Raad zetelde, of naar Leuven.
  • Het hof sprak hem vrij.
  • Ik had op de kaart gezien dat ik mij zo zou vastlopen in hoven en binnentuinen als een stier in een rode lap. Ik moest er niet van uitgaan dat Venetië een stratenplan had. Het was niet zo dat er ooit in redelijkheid was gebouwd op afgebakende kavels langs een rationele straatweg.

Betekenis en uitleg van Hof

Een 'hof' is een afgebakend stuk grond dat vaak met planten, bloemen en soms bomen is beplant. Het kan ook verwijzen naar een plek waar mensen samenkomen, zoals een binnenplaats of tuin, en heeft vaak een serene, uitnodigende sfeer.

Het woord 'hof' wordt vaak gebruikt in de context van tuinen en parken, maar kan ook verwijzen naar een rechtbank of een plaats van gerechtigheid. In historische zin is een hof ook een plek waar een koning of heerser resideerde, met een specifieke sociale hiërarchie. Het heeft vaak een warme, intieme connotatie, vooral wanneer het gaat om privé-tuinen of gezellige binnenplaatsen.

Voorbeelden

  • De kinderen speelden vrolijk in de hof achter het huis.
  • Tijdens het festival werd de oude hof omgetoverd tot een levendige marktplaats.
  • In de zomer kun je heerlijk relaxen in de hof van het kasteel, omringd door bloeiende rozen.

Woordoorsprong

Het woord 'hof' komt van het Oudnederlands 'hof', dat een omheind stuk land of terrein aanduidde. Het is verwant aan het Duitse 'Hof', wat ook een erf of binnenplaats betekent.

Veelgestelde vragen over Hof

Wat is de betekenis van Hof?

Hof betekent: (n): (adel) de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie

Hoeveel betekenissen heeft Hof?

Hof heeft 8 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je Hof in een zin?

Voorbeeld: “De koning en de andere mensen aan het hof.

Etymologie

*> *hof- > Proto-Indo-Europees *keup-, gevormd uit *keu- «bocht, holte» met een achtervoegsel. Vgl Oudsaksisch hof, Oudhoogduits hof ( Hof), Oudnoors hof ( hov).

Uitdrukkingen

  • Iemand het hof makenIemand complimentjes geven, hem/haar huldigen; tegenwoordig vooral gezegd van een man die een vrouw probeert te versieren [3]
  • In zijn hof zijnZich amuseren, het leuk hebben, zich vermaken (vgl. in zijn sas zijn, in zijn schik zijn)
  • Open hof houdenStoett-914 [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0926.phpv914 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelscourt, garden, farm
DuitsHof, Königshof, Gerichtshof
Spaanscorte, tribunal, corral