Valk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɑlᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (valkachtigen) benaming voor roofvogels uit het geslacht , met lange spitse vleugels en een omlaag gebogen haakvormige snavelOp het kruis zit een grijze valk en ernaast staat een zwart lam.{{ouds
- (f) (valkerij) wijfjesvalkBij veel soorten is de valk groter dan de tersel.
- (scheepvaart) middelgrote open zeilboot, een driemans wedstrijdklasse gebouwd in knikspant met vaste kielDe valk is een open zeilboot met een ruime kuip, geschikt voor 2 tot 5 personen. Deze universele boot is stabiel, heeft uitstekende zeileigenschappen en beschikt over een gaffeltuig. De valk wordt vaak ingezet voor zeillessen, maar is ook ideaal voor zeilers die naast zeilen ook gezelligheid willen. Een ideaal toerschip dus.
- (militair), (geschiedenis) een klein soort kanon{{ouds
Etymologie
* via Middelnederlands "valke" en Oudnederlands "falko" van Latijn "falco", in de betekenis van ‘roofvogel’ voor het eerst aangetroffen in 918
Uitdrukkingen
- [1] beter met de uil gezeten dan met de valk gevlogen
- [1] elk meent zijn uil een valk te zijn -ieder meent dat zijn uil een valk is
Vertalingen
Engelsfalcon
Fransfaucon
DuitsFalke, Valk
Spaanshalcón
Italiaansfalco
Portugeesfalcão
Russischсокол
Chinees獵鷹, 猎鹰
Japans隼
Turksdoğan
Poolssokół
Zweedsfalk
Deensfalk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek