Vingerhoed

mannelijk (de)/'vɪŋərˌɦut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hard dopje dat het eerste kootje van de vinger beschermt bij het naaien
    In Nederland doet de metalen vingerhoed rond de 13e eeuw zijn intrede.

Vertalingen

Engelsthimble
Fransdé à coudre
DuitsFingerhut
Spaansdedal
Italiaansditale
Russischнапёрсток
Poolsnaparstek