Vorst

mannelijk/vrouwelijk (de)/vɔrst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. adel (adel) heersend edelman, bijvoorbeeld een koning, monarch of keizer
    In de zestiende en zeventiende eeuw had de vorst alle macht in handen en liet zich niets gelegen liggen aan regels of wetten.
    Een ander belangrijk aspect van de groeiende sportcultuur was het ontstaan van een gespecialiseerde klasse van trainers en instructeurs, die de vorst en zijn gevolg onderrichtten en begeleidden.
    De vorst werd tot aftreden gedwongen.
  2. meteorologie (meteorologie) weersomstandigheden waarbij water in ijs verandert
    Er wordt tien graden vorst voorspeld.
  3. bouwkunde (bouwkunde) nok van een dak, bovenste rij pannen van een dak
  4. bos, woud

Etymologie

*(2: van vriezen)

Vertalingen

Engelsruler, king, monarch
Fransgivre
DuitsFrost
Spaansmonarca, príncipe, rey
Portugeesgeada
Russischморо́з
Poolsmróz
Zweedsfrost
Deensfrost