Vuistbijl
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvœys(t)bɛil/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (archeologie) een kerngereedschap uit het paleolithicum, het Acheuléen en het Moustérien, dat voorkomt in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China, maar niet verder naar het oostenVuistbijlen kunnen in een kwartier tijd uit vuursteen gehakt worden.
Vertalingen
Engelsbiface
Fransbiface
DuitsFaustkeil
Spaansbifaz
Italiaansbifacciale
Portugeesbiface
Poolspięściak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek