vuist
Wat is de betekenis van vuist?
vuist betekent: gebalde hand, een knuist
Betekenis
- gebalde hand, een knuist
- (gereedschap) en zware hamer met een korte steel
Voorbeelden van "vuist" in een zin
- Hij gaf hem een klap met zijn vuist.
- En dit ' Nella houdt de plattegrond van haar jeugd in haar vuist omhoog.
- Langzaam, stilletjes, met de rol nog altijd in haar vuist, verwijdert ze zich van haar piepkleine ouders.
- Met een koudbeitel en vuist werd de vastgeroeste moer er grofweg afgeslagen.
Betekenis en uitleg van vuist
Een vuist is de gebalde hand, waarbij de vingers naar binnen zijn geklapt en de handpalm gesloten is. Het wordt vaak gebruikt om kracht of vastberadenheid uit te drukken, zowel letterlijk als figuurlijk.
Het woord 'vuist' komt vaak voor in situaties waarin iemand zijn of haar kracht of woede wil tonen, bijvoorbeeld tijdens een vechtpartij of een intense discussie. Ook kan het symbool staan voor saamhorigheid, zoals wanneer mensen hun vuisten in de lucht steken ter ondersteuning van een gezamenlijke zaak. De nuance van een vuist kan variëren van agressief tot krachtig en vastberaden, afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt.
Voorbeelden
- Na een lange discussie balde hij zijn vuist van frustratie.
- Ze stak haar vuist in de lucht toen haar favoriete team scoorde.
- De demonstranten maakten hun boodschap duidelijk met gebalde vuisten.
Woordoorsprong
Het woord 'vuist' heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in het Germaanse woord voor 'hand' en is in de loop der tijd geëvolueerd naar de specifieke betekenis van een gebalde hand.
Veelgestelde vragen over vuist
Wat is de betekenis van vuist?
vuist betekent: gebalde hand, een knuist
Hoeveel betekenissen heeft vuist?
vuist heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vuist?
vuist is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van vuist?
Synoniemen van vuist zijn: moker.
Hoe gebruik je vuist in een zin?
Voorbeeld: “Hij gaf hem een klap met zijn vuist.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘dichtgesloten hand’ voor het eerst aangetroffen in 1237
Uitdrukkingen
- een vuist maken — de krachten verzamelen om tegen iets op te treden
- voor de vuist weg — improviserend
- op de vuist gaan — slaags raken
- uit het vuistje eten — met de handen eten
- in zijn vuistje lachen — achter de hand lachen om iemands onhandigheid/afgang
- de vuist ballen — alle vingers van de hand buigen zodat de hand als geheel een bolvorm krijgt
- met ijzeren vuist regeren — zeer krachtig en veelal ondemocratisch leiding geven