Waarde
vrouwelijk (de)/ˈwardə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschreven normen; voorbeelden van waarden zijn: gezondheid, vrijheid, zekerheid, geluk"Het is een orthodoxe school waarvan je je kunt afvragen of die niet op gespannen voet staat met onze westerse waarden." [https://www.parool.nl/amsterdam/gemeenteraad-verbolgen-over-islamitische-school~a4508375/ www.parool.nl]Onderschat de waarde van trail fashion ook niet: ik droeg hem vaak genoeg als hipstersjaal in de stad.Hij had zijn kinderen veel belangrijke waarden meegegeven, zijn liefde voor muziek en het belang van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
- de mogelijke opbrengst bij het op de markt brengen van een goed of dienstZe vergroten het mirakel uit, zodat hun bezit in waarde zal toenemen.Het is alleen jammer dat we het afgelopen jaar zo'n goed resultaat hebben geboekt: met een winst van vijf miljoen euro wordt de waarde van ons bedrijf al snel zo rond de vijftig miljoen geschat.
- resultaat van een metingZo vinden ze voor de afstand tot de Virgocluster - een ver verwijderde groep van sterrenstelsels - allemaal een waarde van ongeveer vijftig miljoen lichtjaar.Niemand weet echter waar de kosmologische constante vandaan komt en waarom hij precies de waarde heeft die hij heeft.
Uitdrukkingen
- Iemand in zijn waarde laten — Iemand niet tekortdoen
- Iemand/Iets op waarde schatten — Iemand/Iets op de juiste manier inschatten, niet onderwaarderen
- Van nul en gener[lei] waarde — Waardeloos, niets waard
- Alles van waarde is weerloos.Oorspronkelijk een citaat van {{w — |nl|Lucebert|Lucebert
Vertalingen
Engelsvalue
Fransvaleur
DuitsWert
Spaansvalor, valía
Italiaansvalore
Portugeesvalor
Poolswartość
Zweedsvärde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek