wapenen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voor de strijd uitrusten
    zij wapenden de soldaten met geweren
  2. ov (ov) uitrusten met iets, versterken
    zij wapenden het beton met veel ijzer
    Het boek wapent de lezer met de benodigde vaardigheden en kennis.
  3. refl (refl) zich ~ met: zich van bescherming of wapens voorzien
    Ze wapenen zich met wat ze mee kunnen brengen, van stokken tot pistolen, jachtgeweren tot kalasjnikovs.
    In Nederland is het warm, maar in Frankrijk en Spanje is het warmer, warmst. De hittegolven slaan toe in Zuid-Europa en toeristen puffen en zweten erop los. Hoe wapen je je onderweg naar je vakantiebestemming tegen de verzengende hitte? En hoe zorg je ervoor dat je koel blijft op de camping? NU.nl vroeg het enkele deskundigen.
  4. refl (refl) zich ~ tegen: zich versterken ter bescherming tegen aanvallen, zich voorbereiden op aanvallen
    De democratische rechtsstaat zal zich dienen te wapenen tegen ondermijning van zijn fundamentele waarden.

Etymologie

*Afgeleid van wapen.

Vertalingen

Spaansarmar, armarse