waag
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʋaːx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaats waar vroeger van overheidswege handelsgoederen gewogen werden, waaggebouw
- toestel om te wegen, weegschaal
Etymologie
* In de betekenis van ‘weegtoestel’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelsscales
Spaansbalanza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek