Wang

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) zijkant van het gezicht onder het oog
    Op minder dan 30 kilometer van het eindpunt rolden er tranen over mijn wangen.
    Lawrie boog zich nog iets verder naar voren en gaf me een kus op mijn wang.
    Ik moet denken aan de vrouw die me altijd in mijn wangen kneep met de woorden: wat heb jij toch een leuk snoetje.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zijkant van gezicht’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelscheek
Fransjoue
DuitsWange
Spaanscarrillo, mejilla
Italiaansguancia
Portugeesbochecha
Russischщека
Turksyanak
Poolspoliczek
Zweedskind