winterkou

vrouwelijk (de)/ˈwɪntərˌkɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kou die bij de winter hoort
    De buitenspeler toonde in de winterkou in elk geval zijn goede wil. "De trainer heeft me gevraagd of ik met Jong Ajax wilde spelen, het was geen verplichting. de Telegraaf MIKE VERWEIJ 5 febr. 2018
    Xing Ya en Wu Wen voelen zich goed in Rhenen en zijn veel buiten. Ze kunnen de komende Hollandse winterkou goed aan.de Telegraaf 20 sep. 2017
    De gouverneur van het gebied bij de stad Donetsk heeft de partijen opgeroepen de vijandelijkheden onmiddellijk te staken. Hij probeert de voorzieningen voor stroom, water en verwarming te laten herstellen. De winterkoude is hevig in het gebied.de Telegraaf 02 feb. 2017