Wei
mannelijk/vrouwelijk (de)/wɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stuk grasland voor begrazing door veeEr staan in die wei een paar geiten.
- (drinken) een vloeistof die ontstaat als restproduct bij het kaasmakenZit er nog wei in de emmer?
- vloeibaar deel van het bloed dat overblijft na verwijdering van de bloedcellen en de stolstof, bloedplasma
Etymologie
* In de betekenis van ‘restvloeistof bij kaasmaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330
Vertalingen
Engelspasture, whey, serum
Franspâturage
DuitsWeide, Wiese, Molke
Spaanspasto, prado, pradera
Russischсыворотка
Poolsserwatka
Zweedsäng
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek