Weiden
Betekenis
werkwoord
- (ov), (veeteelt) vee op een stuk grond laten grazenDe herder weidde zijn kudde schapen op de heide.
- (intr) rondgaanHun blikken weidden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘doen grazen’ voor het eerst aangetroffen in 1135
Vertalingen
Engelsfeed, graze
Duitsgrasen, weiden
Spaanspastar, apacentar, pastorear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek